Mudéjar bouwstijl

Mudéjar een schitterende stijl in Spanje

Na 1230 komt de Franse Gotiek naar Spanje, dus kende Spanje geen Vroeg en Hoog Gotiek. Er wordt meteen in de Rayonnant en Flamboyant (Laat Gotiek 1300 t/m 1500) stijl gebouwd.

Flamboyant in de betekenis van fonkelend of schitterend.

Een typische vorm van Spaanse laat gotiek is de “Mudéjarstijl” en is te omschrijven als een kunststijl waarin moslim- en christelijke kunstvormen zijn verweven.

Mudéjar is het resultaat van het samengaan van de kunstzinnige tradities van de Islam en die van het Christendom.

De “Mudéjares” combineerden eerst de Europese Laat-Romaanse- en Gotische stijlen en later de Renaissance en Barok met hun Islamitisch kunstenaarschap.

De meeste mudéjargebouwen zijn kerken met aangebouwde of losstaande 8-kantige kruistorens (opvallende klokkentorens). Dat zijn vaak omgebouwde voormalige minaretten.

De Arabische minaret bevat geen klokken en werd voornamelijk gebruikt door de muezzin om vijf maal per dag op te roepen tot gebed.

De Christelijke toren echter moet zware klokken kunnen bevatten, dus zwaarder worden gebouwd. Ook kastelen en synagogen worden in mudéjar stijl gebouwd.

Betekenis

Mudéjar komt van het Arabische woord “mudayyan”, dat onderworpene of belastingplichtige betekent.

Daarmee werden in Spanje die Moren aangeduid die toestemming kregen in de door de Christenen heroverde gebieden (Reconquista) te blijven wonen.

Deze Mudéjares maakten van de 13de tot de 15de eeuw een belangrijk deel van de samenleving uit, totdat ze onder de katholieke koningen werden vervolgd en verdreven.

Spanje verloor daarmee een wezenlijk deel van zijn culturele erfenis en productiviteit.

Eeuwen lang waren talloze ambachten voornamelijk door de Moren uitgevoerd, zoals smid, pottenbakken, houtbewerker, enz, terwijl Arabische geleerden grote technische en intellectuele kennis opdeden en uitdroegen.

Islamitische decoratievormen zoals een oneindige hoeveelheid geometrische patronen, de kalligrafie en de tapijtachtige ornamentiek van gevels, drongen langzaam maar zeker in de Christelijke kunst door.

De Islam verbiedt een figuratieve decoratie, een realistische voorstelling van God, mens en dier.

In plaats hiervan decoreert men met motieven van gestileerde vegetatie zoals bloemen, bladeren, ranken, met schoonschrift en eerder genoemde geometrische composities.

Kenmerken van de Mudéjarstijl zijn:

Baksteen: Het gebruik van baksteen als basis bouwmateriaal

Hoefijzervormige bogen: Ogive bogen, blinde bogen en boogjes, arabesken en sebka; elkaar kruisende bogen

Geglazuurde keramiek (azulejos): De meest gebruikte kleuren zijn wit, groen en roze. De figuren waren pijlen, sterren, damborden, halve cilinders, enz.

Stucwerk en houten plafonds (artisanados, carpentería, yeserías) In de Arabische kunst kent het decoreren van binnenmuren met gips een lange traditie.

Meestal werd het gips nadien beschilderd met crème, blauw, rood en zwart.